Resultaten IenM

Duurzaam onderweg

In dit deel van ons duurzaamheidsverslag gaan we nader in op de thema’s: klimaat en energie, circulaire economie en maatschappelijk verantwoord werkgeverschap. Ook geven we twee voorbeelden die laten zien dat IenM hard op weg is om duurzaamheid in zijn werkprocessen en organisatiecultuur te verankeren.

Klimaat en energie

Het ministerie van IenM wil uiterlijk in 2030 volledig klimaat- en energieneutraal zijn. Met als tussendoel een reductie van 20% CO2-uitstoot in 2020 ten opzichte van 2009 Wij hanteren 2009 als basisjaar omdat dit het eerste jaar is met een betrouwbare nulmeting voor IenM. Dit doel voor 2020 is al in 2016 bereikt, 4 jaar eerder dan gepland: een goed resultaat. Met de toename van het aantal tunnels, wegen en sluizen de aankomende jaren, zoals vastgelegd in de afgelopen regeerperiode, blijft er een taak om de daarmee toenemende energiebehoefte te blijven beheersen.

Binnen het thema Klimaat en energie gaan we achtereenvolgens in op onze CO2-voetafdruk en ons energieverbruik.

CO2-uitstoot

In 2016 bedroeg de CO2-uitstoot van het ministerie van IenM 126,6 kton. Dit staat gelijk aan de CO2-uitstoot door 28.000 huishoudens. Deze uitstoot is 28% minder dan in 2009 en 18% minder dan in 2015. Het grootste deel van de uitstoot is gerelateerd aan het elektriciteitsverbruik van onder andere verlichting langs de wegen en wateren en het gebruik van fossiele brandstoffen door schepen van de Rijksrederij.

Onze CO2-voetafdruk bestaat uit directe CO2-emissies door verbranding van brandstoffen (scope 1) en uit indirecte emissies door bijvoorbeeld het gebruik van elektriciteit (scope 2). De resultaten per scope zijn:

Directe emissies
Indirecte emissies

Koppelingstabel CO2-Prestatieladder

De reductiedoelstelling voor Scope 1 en 2 van IenM is 20%. De CO2-Prestatieladder systematiek vereist dat organisaties een doelstelling per scope vaststellen. IenM wil 5% reductie realiseren binnen Scope 1 en 15% binnen Scope 2 (opgeteld 20%). In het kader van onze certificering op de CO2-Prestatieladder rapporteren wij over onze CO2-uitstoot conform de internationaal erkende norm voor CO2-rapportage, ISO 14064-1. Deze norm beschrijft onder andere welke informatie er in een rapportage over CO2-uitstoot moet staan. In onderstaande tabel is weergeven waar de verplichte rapportage-elementen uit § 7.3 van ISO 14064-1 terug te vinden zijn in onze verslaglegging. Meer informatie en documentatie is te vinden op de website van IenM.

Klik hier voor de koppelingstabel § 7.3 uit de ISO 14064-1

Subparagraaf
§ 7.3 ISO 14064-1
Onderdeel Rapportage
a Beschrijving van de organisatie De organisatie waarover gerapporteerd wordt omvat het Ministerie van Infrastructuuren Milieu inclusief de bestuurskern (directoraten-generaal en centralediensten) en een viertal agentschappen. Voormeer informatie zie Hoofdstuk 2 van het CO2-Managementplan 2016
b Verantwoordelijke Hoofdstuk 2.3 van het CO2-Managementplan 2016
c Rapportageperiode De rapportageperiode is het kalenderjaar 2016.
d Organisatorischegrenzen Hoofdstuk 2.1 van het CO2-Managementplan 2016
e DirecteGHG emissies Paragraaf‘CO2-uitstoot’ en ‘CO2–voetafdruk Rijkswaterstaat’ inDuurzaamheidsverslag 2016
f Verbrandingvan biomassa IenMverbrandt biomassa in de vorm van biodiesel (HVO) bij de Rijksrederij. Deemissies als gevolg van het gebruik van biodiesel worden apartgekwantificeerd in de emissie-inventaris, met een eigen gespecificeerdeconversiefactor.
g Opname vanCO2 Er heeftin de afgelopen periode geen opname van CO2 plaatsgevonden binnende organisatie.
h Uitsluitingen Koelmiddelenzijn niet meegenomen, omdat de bijbehorende emissies niet significant zijn.Er zijn geen overige uitsluitingen.
i IndirecteGHG emissies Paragraaf‘CO2-uitstoot’ en ‘CO2–voetafdruk Rijkswaterstaat’ inDuurzaamheidsverslag 2016
j Basisjaar Paragraaf‘Klimaat en energie’ en ‘Klimaat en energie –RWS” in Duurzaamheidsverslag2016
k Herberekening Er heeft geen herberekening plaatsgevonden ten opzichte van de verificatie van defootprint over 2015 en de voortgangsrapportage H1 2016.
l Methodologie Zie het Handboek CO2-Prestatieladder versie 3.0 en Hoofdstuk 3.3 van het CO2-Managementplan 2016.
m Wijzigingenin methodologie Er zijn geen wijzigingen in de methodologie.
n Emissiefactoren Zie het Handboek CO2-Prestatieladder versie 3.0 en www.CO2emissiefactoren.nl. Verbruiksemissievan biobrandstof wordt (conform www.CO2emissiefactoren.nl) op nul gesteld vanwege het kort-cyclische karaktervan CO2-emissie en -opname
o Onzekerheden Hoofdstuk 3.5van het CO2-Managementplan 2016.
p Verklaringin overeenstemming met ISO 14064 Zie de inleidingvan deze tabel.
q Verificatie van de emissie-inventaris Deemissie-inventaris over 2015 is geverifieerd.
CO2 Emissie IenM per categorie, totaal 126,6 kton in 2016
CO<sub>2</sub> Emissie IenM per categorie, totaal 126,6 kton in 2016
Ontwikkeling CO2 emissie IenM 2009 t/m 2016
Ontwikkeling CO<sub>2</sub> emissie IenM 2009 t/m 2016

De belangrijkste CO2 besparende maatregelen die in 2016 zijn toegepast, zijn:

  • De inkoop van 66.000 MWh Nederlandse windenergie. Deze hoeveelheid staat gelijk aan het elektriciteitsverbruik van circa 20.000 huishoudens. In 2015 was dat 35.000 MWh.
  • Het toenemend gebruik van biodiesel bij de Rijksrederij. In 2016 is het aandeel biodiesel bij de Rijksrederij gestegen tot 10%, waar dit in 2015 nog 1,5% betrof. In liters is dat van 179 duizend liter in 2015 naar 1,1 miljoen liter in 2016.
Verbruik

Certificering op de CO2-Prestatieladder (niveau 3)

Staatssecretaris Sharon Dijksma van IenM heeft op 16 februari 2017 namens IenM het CO2 -bewust certificaat ontvangen voor het bereiken van trede 3 van de CO2-Prestatieladder. Lees het nieuwsbericht

CO2 Ladder

Hoe verder?

Wij onderzoeken of we een hogere CO2-reductiedoelstelling voor 2020 kunnen waarmaken. Welke verdere strategische stappen zetten we op weg naar een klimaatneutraal ministerie in 2030? Bijvoorbeeld door het opwekken van hernieuwbare energie op eigen gronden, verdere energiebesparing en het kopen en leasen van meer elektrische auto’s.

Uitgelicht: Varen, vliegen en rijden

Van groot belang voor het halen van onze klimaatambitie is het verduurzamen van alle vormen van onze eigen mobiliteit. Zo nemen we maatregelen die de CO2-uitstoot van onze schepen reduceren, compenseren we iedere gevlogen kilometer en verduurzamen we ons wagenpark. Lees hieronder meer.

Vaartuigen van de Rijksrederij

De Rijksrederij heeft in 2016 een aantal CO2 reducerende maatregelen genomen: bijmenging van 1.140.688 liter biobrandstof, het uit de vaart nemen van een aantal oude schepen, gedragsbeïnvloeding (anders varen), een efficiëntere inzet en meer gebruik van walstroom. Als gevolg hiervan is de CO2-uitstoot het afgelopen jaar met 5% teruggebracht. Lees hier meer over onze Rijksrederij

CO2-uitstoot van de vloot van de Rijksrederij
Jaartal 2016 2015 2014
Uitstoot in kton 38.023 39.915 40.205

Dienstreizen per vliegtuig

Binnen de gehele rijksoverheid wordt de uitstoot van iedere gevlogen kilometer gecompenseerd met ‘gold standard’-certificaten. Van elke reis wordt de CO2-uitstoot berekend waarna deze volledig gecompenseerd wordt via de ondersteuning van duurzame projecten.

Sinds 1 oktober 2016 doet IenM in aanvulling op het compenseren via certificaten mee aan het KLM Corporate Biofuel Programma. Dit programma stelt organisaties die hun personeel groen willen laten vliegen in staat om een gedeelte van hun vluchten te verduurzamen door het gebruik van biokerosine. Ons ministerie doet mee voor een periode van drie jaar, ter grootte van ongeveer de helft van onze uitstoot door vliegreizen. Zo geven we een extra impuls aan vergroening van de luchtvaart.

We zetten ook in op een reductie van het aantal kilometers dat we vliegen. Helaas zien we afgelopen jaren juist een stijging. In 2016 bedroeg die toename 13% ten opzichte van 2015. Dit is onder meer gerelateerd aan het EU-voorzitterschap en de daaruit voortvloeiende extra vertegenwoordiging bij EU-overleggen over mondiale verdragen. Ook wordt de stijging deels veroorzaakt door intensivering van de internationale inzet van de watergezant. Een deel van deze activiteiten is in 2016 afgerond. Het aantal vliegbewegingen zal naar verwachting ook kunnen dalen door het beter benutten van telewerkvoorzieningen en videoconferencing in het nieuwe rijkskantoorgebouw aan de Rijnstraat in Den Haag.

Gecompenseerde CO2-uitstoot vliegreizen in ton CO2
  2016 2015 2014
Gecompenseerde CO2-uitstoot 4.945 4.619 4.074

In het laatste kwartaal van 2016 heeft IenM gevlogen op 39.000 liter biofuel waarmee 30% CO2 minder is uitgestoten dan met normale kerosine.

Wagenpark IenM

In de Green Deal elektrisch rijden heeft de rijksoverheid toegezegd dat in 2020 minimaal 20% van het eigen wagenpark zal bestaan uit elektrische auto’s. Als IenM willen we daar zeker ook aan voldoen. Hier zetten we op in door:

  • in 2017 100 volledig elektrische auto’s te kopen.
  • samen te werken met andere wagenparkbeheerders binnen het Rijk en het Rijksvastgoedbedrijf door het kopen van elektrische auto’s én het realiseren van laadinfrastructuur.

Voor een deel van ons wagenpark is, vanwege de functionele eisen, elektrisch nog geen geschikte optie. Dit geldt met name voor bijvoorbeeld de zwaardere werkauto’s voor weginspecteurs van Rijkswaterstaat. We kiezen dan bij vervanging voor type auto's met minimale CO2-uitstoot.

Tabel: aantal voertuigen per ‘brandstofsoort’
Aantallen 2016 2015 2014
Diesel/Benzine 1789 1685 1737
Hybride/PHEV/Elektrisch/Waterstof 159 258 283
Totaal 1948 1943 2020

Energieverbruik

Het totale energieverbruik van het ministerie van IenM in 2016 bedroeg 1402 TeraJoules (TJ). Dit staat gelijk aan het elektriciteitsverbruik van 115.000 huishoudens. Rijkswaterstaat is verantwoordelijk voor het grootste deel van het verbruik (93%). Bekijk een nadere analyse van dit verbruik

Het energieverbruik lag in 2016 3% lager dan in het jaar 2009. Voorbeelden van energiebesparende maatregelen zijn:

  • afstoot van kantoren;
  • gebruik van led-verlichting in kantoren, tunnels en langs snelwegen;
  • elektrificatie van het dieselgemaal Eefde. Bekijk voorbeeld

Vooral de toename van het aantal tunnels (56% sinds 2009) en de uitbreiding van het wegennet (7% meer wegoppervlak sinds 2009) maken het terugdringen van het energieverbruik tot een uitdagende opgave. Bekijk analyse Naast energiebesparing werken we aan opwekking van energie op ons eigen areaal. Uiterlijk in 2030 willen we dat we met hernieuwbare energie van eigen areaal geheel in ons eigen energieverbruik kunnen voorzien. Dit doen we niet alleen. We werken samen met alle relevante actoren binnen het maatschappelijk speelveld. Bekijk ‘Duurzame gebiedsontwikkeling Rijkswaterstaat’

Energieverbruik 2009-2016 en de groei van het areaal

Energieverbruik
Energieverbruik 2009-2016
De groei van het areaal
De groei van het areaal 2009-2016

Circulaire economie

Eind 2016 is het rijksbrede programma Circulaire Economie ‘Nederland circulair in 2050’ gestart. Op basis daarvan heeft het ministerie van IenM ook zijn eigen ambitie vastgesteld. Om te voorkomen dat grondstoffen verloren gaan, dringen we het gebruik van eindige grondstoffen door het departement terug. Producten en materialen die we gebruiken worden zo hoogwaardig mogelijk hergebruikt, waarbij we toewerken naar ‘100% circulair werken in 2030’.

In het inkoopproces streven we duurzaamheid na door zoveel mogelijk maatschappelijk verantwoord in te kopen én te zoeken naar duurzame alternatieven. In 2020 kopen we ten minste 10% circulair in. We hanteren dan circulaire criteria bij onze inkoop, ontwerpen onze infrastructuur circulair en werken op dit punt nauw samen met onze ketenpartners naar 100% circulair werken in 2030.

Pilots circulaire initiatieven

Het ministerie van IenM onderzoekt samen met ketenpartners mogelijkheden voor het ontplooien van circulaire initiatieven. Afgelopen jaar zijn op verschillende niveaus in de organisatie – en op verschillende schaalgroottes – pilots gestart:

  • Fairphone

    Eerlijke smartphone die modulair is opgebouwd

  • Biobased koffiebekers

    Hergebruik tot sanitaire artikelen

  • Showroom biobased materialen

    Verzorgingsplaats Westkop in Zeeland

  • Circulair ontwerpen

    Innova58

Met de pilot Fairphone komen de ambitie van IenM om verantwoord om te gaan met grondstoffen en de toepassing daarvan binnen de eigen bedrijfsvoering, bij elkaar. Indien de pilot een succes wordt, komt deze telefoon in het Rijksbrede standaardassortiment beschikbaar. Een mooi voorbeeld van de samenwerking op het gebied van duurzaamheid tussen IenM en de dienstverleningspartner SSC-ICT.

Jacques Dubbeldam, programma manager duurzame bedrijfsvoering

Afval

Ten aanzien van ons kantoorafval hebben we de ambitie om het totale volume verder te laten afnemen én om het afval beter te scheiden. We streven er naar dat in 2020 maximaal 25% van het totale afval bestaat uit restafval. In het licht van deze doelstelling was de voortgang vorig jaar nog minimaal. In 2016 is het totaal aantal kilo restafval in vergelijking met het jaar 2015 met 0,8% verminderd en met 48,5% is het nog een te grote fractie binnen het totale afval. Dit wordt onder meer veroorzaakt door het grote aantal locaties van IenM (met name van Rijkswaterstaat) verspreid over Nederland. Nog niet overal is het gescheiden ophalen van afval gecontracteerd. Dit wordt onder meer veroorzaakt door het grote aantal locaties van IenM verspreid over Nederland. Dit geldt met name voor Rijkswaterstaatlocaties waar niet overal het gescheiden ophalen van afval is gecontracteerd.

Om snel op dit onderwerp te verbeteren en het 2020 doel te realiseren, staan we de volgende aanpak voor: in 2017 is gestart met een nieuwe, innovatieve campagne in de Haagse locaties om afval beter te scheiden. De daarbij ontwikkelde interventies zullen we vervolgens voor alle IenM locaties inzetten. De ervaringen hiermee gaan we daarnaast delen met de facilitaire organisaties en inkooporganisaties zodat ze ook in nieuwe contracten kunnen worden opgenomen.

Afval
IenM verhuist naar de Rijnstraat. Bij het opruimen van werkplek, kast en locker zijn er veel papieren, boeken, mokken, ooit gekregen gadgets en koffiezetapparaten die niet meegaan. Met de ‘rest=0’-ambitie van ons project worden goede spullen hergebruikt en grondstoffen zoals plastic, papier, metaal en porselein gerecycled. Deze verhuisoperatie realiseren we met zo min mogelijk restafval, we maken tevens gebruik van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en dragen daarmee bij aan het beleid dat IenM een inclusieve organisatie wil zijn.

Inez de Fluiter, projectmanager,"Rvoor" (verhuizing hoofdkantoor IenM).

Maatschappelijk verantwoord werkgeverschap

Het ministerie van IenM biedt medewerkers een veilige werkomgeving en wil een maatschappelijk verantwoord werkgever zijn. We creëren de randvoorwaarden die medewerkers in staat stellen te werken aan hun permanente ontwikkeling. In de continue veranderende organisatie en de context van de rijksoverheid is duurzame inzetbaarheid zowel een zaak van medewerker als van de werkgever.

We hebben de belangrijkste aandachtgebieden binnen duurzaam HRM bepaald aan de hand van de vraag wat de energieke maatschappij van onze medewerkers vraagt en wat dit voor hen betekent.

Dat heeft geleid tot de volgende aandachtsgebieden:

Duurzaam HRM-beleid en goed werkgeverschap komt niet alleen ten goede aan de medewerkers; we kunnen ook onze organisatiedoelstellingen beter realiseren.

André Frijters, directeur HRM, ministerie van IenM

Duurzaam HRM-beleid

Goed voor de medewerkers en de organisatie

Duurzaam HRM is een integraal onderdeel van het duurzaamheidsbeleid van het ministerie van Infrastructuur en Milieu, zegt André Frijters, directeur HRM. “Duurzame inzetbaarheid van onze medewerkers. Daar hebben we het over. We willen een fysiek en psychosociaal veilige werkomgeving bieden aan de mensen die bij IenM werken. De achterliggende gedachte is dat dat niet alleen goed is voor onze mensen, maar dat we daarmee ook de organisatiedoelstellingen beter kunnen realiseren.”

Duurzaam HRM krijgt binnen het ministerie vorm door gerichte aandacht aan verschillende thema’s. “Denk aan vakmanschap, vitaliteit, levensfasegericht personeelsbeleid, diversiteit, goed werkgeverschap, doelgroepenbeleid, interne arbeidsmobiliteit. Dat zijn de aangrijpingspunten, de handvatten die we gebruiken om aan duurzame inzetbaarheid te werken.”

Veranderende samenleving vraag om ontwikkeling medewerkers

Hoe krijgt dat werken aan duurzame inzetbaarheid concreet gestalte? “Als het gaat om het thema vakmanschap bijvoorbeeld, zien we dat de – energieke – samenleving vandaag de dag heel andere dingen van ons vraagt dan in het verleden. Op dat gebied moeten we onze organisatie ontwikkelen en dat betekent ook dat onze medewerkers zich moeten kunnen ontwikkelen. Dus onderzoeken we samen met groepen medewerkers wat het vakmanschap behelst dat nodig is voor de toekomst van de organisatie en wat dat concreet betekent voor de medewerkers. En hoe kunnen we hen als organisatie ondersteunen? Welke opleidingen helpen mensen bijvoorbeeld om gesteld te staan voor de toekomst?”

Werk en levensfase

Op het gebied van levensfasegerichtheid biedt IenM de medewerkers trainingen aan. “Daarin staat centraal wat er in een bepaalde levensfase op je af komt en hoe je daarmee omgaat in relatie tot je werk. Als je kleine kinderen hebt die je van de crèche moet halen, ga je anders met je tijd om dan wanneer je kinderen hebt die op de middelbare school zitten of die het huis uit zijn. En wanneer je ouderen vraagt waar hun behoefte ligt, dan geven ze vaak aan dat zij energie krijgen van het begeleiden van jongeren. Als je dat als organisatie goed kunt organiseren dan snijdt het mes aan twee kanten: de oudere medewerker ziet zijn eigen toegevoegde waarde vanwege de kennis die hij heeft. En de organisatie houdt zo belangrijke kennis in huis.”

Vrouwen aan de top

Natuurlijk hebben we nog genoeg huiswerk, zegt Frijters. “Bijvoorbeeld als het gaat om het aantal vrouwen aan de top. Dat is een onderwerp waar we nog wel iets te doen hebben. We zitten net op de norm, maar het kan en moet beter. Daarom gaan we aan de slag om allereerst in kaart te brengen hoe vrouwen het werken aan de top binnen ons departement ervaren. Wanneer we dat goed in beeld hebben kunnen we vervolgacties ontwikkelen om het percentage te verbeteren. Onze SG voert hier met onze vrouwelijke leidinggevenden ook gesprekken over.”

P-kengetallen

Lees hier een toelichting

Kengetallen HRM
P-kengetallen 2016 2015 2014
Verzuim (norm = 4,0%) 4,4% 4,3% 4,3%
Instroom vastdienstverband 729 397 381
Uitstroom vastdienstverband 561 566 591
Arbeidsbeperkten (=aantal banen, norm = 97 in 2016) 84 62 -
Totaal aantal medewerkers 12754 12474 12521
Vrouwen aan de top (norm = 30%) 35% 31% 28%
  • Verzuim

    IenM presteert op dit vlak beter dan het rijksbrede gemiddelde. Het verzuim bedraagt 4,4 % ten opzichte van het rijksbrede gemiddelde van 5,4%. Vorig jaar is het verzuim bij IenM helaas iets gestegen (0,1%), waar het rijksbreed in 2016 met 0,2% steeg. We blijven streven naar 4%.

  • Arbeidsbeperkten

    Vorig jaar zijn binnen IenM 22 nieuwe banen voor arbeidsbeperkten ingevuld. Met in totaal nu 84 plekken blijft dat achter op het doel van 97 dat we voor 2016 hadden. De mogelijkheden om banen te creëren voor de doelgroep worden ook kleiner: er heeft vooral instroom plaatsgevonden op reguliere functies. Nu kijken we of we eenvoudige takenpakketten kunnen samenstellen die geschikt zijn voor laag geschoolden. Het is bovendien de bedoeling dat die takenpakketten structureel van aard zijn.

  • Uitstroom

    De uitstroom is de afgelopen jaren redelijk stabiel door continue aandacht voor mobiliteit en door natuurlijk verloop. Voor de instroom ontstond in 2016 tijdelijk iets meer ruimte door uitbreiding van taken.

  • Vrouwen aan de top

    De aandacht blijft groot voor een meer diverse samenstelling van onze medewerkers. Het aandeel vrouwen dat een topfunctie bekleedt, is de afgelopen jaren gegroeid en was voor het Rijk in totaal 33% op 31 december 2016. Bij IenM is dat aandeel zelfs gestegen naar 35%.

Twee voorbeelden van de verankering van duurzaamheid in onze werkprocessen

Duurzame infrastructurele en ruimtelijke projecten (MIRT)

Bij de grote infrastructurele en ruimtelijke projecten in opdracht van IenM zijn er vaak kansen voor verduurzaming. Juist ook in de fasen voorafgaand aan de uitvoering willen we deze in beeld brengen en afwegen.

In 2016 hebben we binnen IenM veel aandacht besteed aan de randvoorwaarden om in de projecten onder het Meerjaren Programma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) duurzaamheid een goede plek te geven.

Ten eerste zijn vorig jaar de MIRT-spelregels aangepast en is binnen IenM de afspraak gemaakt om in alle nieuwe MIRT-projecten gestructureerd de mogelijkheden voor duurzaamheid te onderzoeken. De bekostiging van duurzaamheidsdoelen kan alleen binnen de fondsen voor zover het direct aan infrastructuur gerelateerde opgaven betreft (zoals inpassing, geluid en luchtkwaliteit). Ter ondersteuning zijn bijeenkomsten georganiseerd met verschillende groepen betrokkenen bij het MIRT, waarbij doelen voor duurzaamheid concreet werden gemaakt ten aanzien van een aantal thema’s: klimaat en energie, circulaire economie, duurzame bereikbaarheid en duurzaam waterbeheer en gezondheid / leefomgeving. In 2017 verschijnt een ‘Handreiking Duurzaamheid in het MIRT’ die opdrachtgevers en opdrachtnemers ondersteunt in de verschillende MIRT-fasen.

Er is een aantal voorloperprojecten benoemd waaruit lessen worden getrokken ten behoeve van andere projecten en ideeën om duurzaamheid nog sterker te kunnen verankeren in het MIRT-proces.

  • MIRT onderzoek Metropoolregio Rotterdam Den Haag
  • MIRT verkenning Schiphol Plaza
  • MIRT planuitwerkingen InnovA58, A1 Apeldoorn-Azelo en A6 Lelystad
  • de programma's kaderrichtlijn Water en het Hoogwater­beschermingsprogramma

Conform de Nationale Klimaatadaptatie Strategie wordt ook in alle MIRT-projecten benoemd welke maatregelen voor klimaatadaptatie noodzakelijk zijn. Klimaatbestendig en waterrobuust inrichten is uiterlijk in 2020 onderdeel van het handelen van rijk, provincies, gemeenten en waterschappen.

Uitgelicht: Klimaattop

Het klimaatakkoord van Parijs vertalen naar concrete acties in Nederland: dat stond centraal tijdens de Klimaattop op 26 oktober 2016. Decentrale overheden, maatschappelijke organisaties en bedrijven kwamen samen om bestaande klimaatacties te versnellen, te verbreden en te verdiepen. De Nationale Klimaattop is een initiatief van het ministerie van IenM. Wij hebben op de klimaattop afspraken gemaakt met partners waarmee het areaal benut gaat worden om duurzame energie op te wekken, zoals drijvende zonnepanelen in de slufter op de Rotterdamse Maasvlakte.

De top was op duurzame wijze georganiseerd: vegetarische en veganistische catering, pendelvervoer met elektrische bussen, CO2-compensatie door het aanleggen 280 bomen op een stuk grond in Flevoland. De inzet van mensen met afstand tot de arbeidsmarkt. Een zo papierloos mogelijke top met een netwerkapp in plaats van uitgeprinte programma’s en eco-festivalbandjes in plaats van badges.

Top