Resultaten Rijkswaterstaat 2016

Duurzaam onderweg

Terugkijkend op 2016 ervaar ik een omslag in het werken van Rijkswaterstaat aan duurzaamheid. Werken aan CO2-reductie en aan een circulaire economie vormt nu het fundament waarop Rijkswaterstaat staat. We zijn ‘duurzaam onderweg’. De fase waarin ‘duizend duurzame bloemen bloeiden’ maakt plaats voor een fase met een planmatige aanpak en meer focus. Dit duurzaamheidsverslag getuigt daarvan. Het bevat concretere acties, heldere mijlpalen en waardevolle, meetbare resultaten. Een rijke oogst die het resultaat is van enthousiaste samenwerking.

‘Let’s bring Paris home’. Zo luidde de roep op de Nationale klimaattop op 26 oktober in 2016. Vertegenwoordigers van overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en wetenschap hebben hier klimaatafspraken gemaakt. Daarnaast is in het rijksbrede programma circulaire economie afgesproken om al in 2030 minimaal 50 procent minder primaire grondstoffen te gebruiken.

Rijkswaterstaat timmert al enige jaren stevig aan de weg op duurzaamheidsgebied. Via ons areaal halen we steeds meer energie uit wind, water, zon en zelfs biomassa. Samen met partners en de markt ontwikkelen we vernieuwende, duurzame innovaties in de praktijk. De energieneutrale A6 is daarvan een mooi voorbeeld. Zonnepanelen gaan hier de stroom leveren voor de matrixborden en de verlichting van de weg. Dat draagt bij aan ons doel om energieneutraal te functioneren in 2030.

Ook in andere opzichten was Rijkswaterstaat in 2016 ‘duurzaam onderweg’. We kopen sinds 2016 bovendien circulair in. Ook zijn we er zelfs al in geslaagd 2% op ons energiegebruik te besparen, ondanks het feit dat ons areaal fors is gegroeid.

Al met al hebben we onze CO2-uitstoot stevig teruggebracht. Nu al stoten we 20% minder CO2 uit ten opzichte van 2009, terwijl we aanvankelijk verwachtten dat pas in 2020 te kunnen bereiken. Intussen werken we ook steeds zichtbaarder aan een leefbaar ingericht land. Met het programma Ruimte voor de Rivier is een groot deel van ons rivierengebied niet alleen waterveiliger ingericht, maar ook leefbaarder, natuurlijker en mooier. En de in 2016 geopende Koning Willem Alexandertunnel laat zien hoe je samen ook een stad leefbaar kunt maken. De A2 snijdt Maastricht niet langer in tweeën en omwonenden zijn verlost van veel verkeerslawaai.

Het belang van duurzaamheid is inmiddels onomstreden. Daarom kreeg de zorg voor een duurzame leefomgeving in 2016 een centrale plek in onze missie en in onze organisatiekoers. Maar het doen van de goede dingen op dit gebied, vraagt de komende jaren nog wel het nodige denk- en experimenteerwerk. Daarom is dit jaar binnen Rijkswaterstaat een aparte HID, Peter Struik, aangesteld voor duurzaamheid en leefomgeving.

Ik hoop dat deze rapportage handvatten én inspiratie biedt om samen op te trekken. Zowel met bedrijven als kennisinstituten, medeoverheden én burgers. Zodat we nog snellere stappen kunnen zetten in de ambitie van Rijkswaterstaat: Een veilige en energieneutrale infrastructuur die duurzaam is ingepast in de Nederlandse omgeving én samenleving. Met besluitvorming die is gebaseerd op de Omgevingswet. Een prachtige uitdaging voor de uitvoeringsorganisatie van IenM!

Jan Hendrik Dronkers, directeur-generaal Rijkswaterstaat.

Samen werken aan een duurzame leefomgeving

Rijkswaterstaat werkt dagelijks aan een veilig, leefbaar en bereikbaar Nederland. We hebben daardoor een grote impact op de inrichting en het leefklimaat van Nederland. Om ervoor te zorgen dat ons land ook voor volgende generaties een schone, groene en prettige plek is om te leven, werkt Rijkswaterstaat aan een duurzame leefomgeving. Dit is het fundament van ons werk. We hebben het afgelopen jaar stappen gezet richting het behalen van onze duurzaamheidsambities. Dit doen we met onze partners. Zo zijn we samen duurzaam onderweg.

Als onderdeel van het ministerie van IenM richten we ons de komende jaren op de speerpunten: ‘klimaat en energie’, ‘circulaire economie’ en ‘duurzame gebiedsontwikkeling’. Waar mogelijk verbinden we deze speerpunten met thema’s zoals duurzaam waterbeheer, gezondheid, duurzame mobiliteit en biodiversiteit en natuurlijk kapitaal. In dit duurzaamheidsverslag laten we zien hoe we samen onderweg zijn. Bijvoorbeeld tijdens de Nationale Klimaattop 2016 waar we verschillende samenwerkingsverbanden hebben gesloten zoals de Energiecoalitie met de Unie van Waterschappen. Trots zijn we op de Europese duurzaamheidsprijs Procura+ Award die we ontvingen voor het project A6 Almere. Met ons impulsprogramma Circulaire Economie werken we mee aan het ombuigen naar een duurzaam gedreven, volledig circulaire economie in 2050. Binnen gebiedsontwikkeling bedenken we samen met onze partners slimme combinaties, zoals bij de groene loper in Maastricht.

De belangrijkste maatregelen die aan dit resultaat hebben bijgedragen zijn:

  • klimaatneutraal en energie­neutraal
  • Duurzame gebieds­ontwikkeling: meervoudig en duurzaam benutten van eigen objecten en gronden We gaan met stakeholders in gesprek over de gebiedsopgaven en over het creëren van mogelijkheden om het areaal dat we beheren meervoudig en duurzaam te gebruiken.
  • Investeren in elektrisch rijden en Smart Mobility
  • gebruiken we de helft minder grondstoffen: bijdrage aan circulaire economie in 2030
  • Omgevingswijzer: samen met anderen in gesprek op 48 duurzaamheids­aspecten We gaan met stakeholders in gesprek aan de hand van de Omgevingswijzer en bespreken duurzaamheidsaspecten, zoals het gebruik van duurzame energie, meervoudig ruimtegebruik en hinder.
  • Rijkswaterstaat koopt 100% duurzaam in bij GWW-projecten

Klimaat en energie

Het thema klimaat en energie is één van de speerpunten van ons ministerie. Als Rijkswaterstaat werken we aan dit speerpunt door in te zetten op de doelstellingen om energieneutraal te functioneren in 2030 en de CO2-uitstoot in 2020 20% te verlagen ten opzichte van 2009. Onder energieneutraliteit wordt verstaan dat de energie die door Rijkswaterstaat wordt gebruikt duurzaam wordt opgewekt op het grondgebied dat Rijkswaterstaat beheert. Door de overstap op het gebruik van groene stroom en biobrandstoffen werkt Rijkswaterstaat ‘fossielvrij’ in 2030. Met energieneutraliteit en CO2-reductie draagt Rijkswaterstaat bij aan de doelstelling van IenM om in 2030 klimaatneutraal te worden.

Energieneutraal Rijkswaterstaat

De maatregelen die Rijkswaterstaat neemt om in 2030 energieneutraal te worden, vallen binnen de volgende sporen:

  • Energiebesparing, onder meer door het verlagen van het energieverbruik van objecten, energiezuinige schepen en auto’s en het gebruik van LED-verlichting.
  • Verdergaande toepassing van elektrische motoren bij sluizen en bruggen, groene stroom en biobrandstoffen in onze schepen.
  • Het gebruiken van het grondgebied dat Rijkswaterstaat beheert voor opwekking van duurzame energie.

Energiebesparing

Het totale energieverbruik van Rijkswaterstaat in 2016 is 1305 TJ (TeraJoules). Dit staat gelijk aan het elektriciteitsverbruik van ongeveer 100.000 huishoudens. Rijkswaterstaat zet zich in om in 2020 20% energie te besparen ten opzichte van 2009. In 2016 is in totaal 2% energiebesparing gerealiseerd ten opzichte van 2009. Op het verbruik van brandstoffen is flink bespaard. Dit verbruik is ten opzichte van 2009 met 6% gedaald. Het totale elektriciteitsverbruik is in geringe mate toegenomen, van 654 TJ in 2009 naar 669 TJ in 2016 (+2%).

Totaal energieverbruik 2016 1305 TJ
Totaal energieverbruik 2016 1305 TJ
Ontwikkeling energieverbruik Rijkswaterstaat
Ontwikkeling energieverbruik Rijkswaterstaat

Toelichting

De figuur over de ontwikkeling van het energiegebruik laat een geringe energiebesparing van 2% zien in 2016 ten opzichte van 2009. Deze besparing is gerealiseerd ondanks fikse groei van de objecten en installaties die Rijkswaterstaat beheert, zoals tunnels en matrixborden boven de weg. Vooral door de toename van het aantal tunnels – die veel energie gebruiken – blijft de totale energiebesparing steken op 2%. Rijkswaterstaat is daarentegen wel veel energiezuiniger gaan werken.

Toename aantal tunnels en energieverbruik in TJ Het totale elektriciteitsverbruik in 2016 bedroeg 669 TJ. Dit is vergelijkbaar met het verbruik van zo’n 55.000 huishoudens. Het grootste deel van dit verbruik komt op rekening van openbare verlichting en verkeersregelinstallaties.
Toename aantal tunnels en energieverbruik in TJ
Toename aantal tunnels en energieverbruik in TJ Door de toename van het aantal tunnels is het totale energieverbruik van tunnels gestegen. Maar hoewel het aantal tunnels met 56% steeg, nam het elektriciteitsverbruik ‘slechts’ met 30% toe. De tunnels zijn dus energiezuiniger geworden.
Toename aantal tunnels en energieverbruik in TJ
In feite varen we op een restproduct van restaurants en horeca.

Dirk Schennink, senior adviseur Business Control Rijkswaterstaat

Rijksrederij behaalt forse reductie fossiele CO2-uitstoot

De Rijksrederij – onderdeel van Rijkswaterstaat – beheert zo’n 100 schepen voor verschillende departementen. Die vloot is verantwoordelijk voor ongeveer 30% van de totale CO2-uitstoot van het ministerie van IenM. “Niet zo vreemd dus dat we zijn gaan zoeken naar mogelijkheden om die uitstoot terug te dringen”, zegt Dirk Schennink, senior adviseur Business Control bij Rijkswaterstaat. “In 2015 zijn we begonnen met het testen van biobrandstof. Inmiddels varen alle grote schepen daar op. In 2016 hebben we iets meer dan 18% CO2-reductie – uit fossiel – ten opzichte van 2011 gerealiseerd.”

Gebruikt frituurvet

“Om snel grote stappen te kunnen maken met het verminderen van gebruik van fossiele brandstof hebben we ons geconcentreerd op de twaalf grote zeeschepen die we beheren”, maakt Schennink duidelijk. “Die zijn op hun beurt weer verantwoordelijk voor de helft van de uitstoot van de Rijksrederij. Op een aantal van die schepen zijn we gaan testen met biodiesel die gemaakt wordt van gebruikt frituurvet. Uit dat onderzoek kwam naar voren dat het een erg goede oplossing was. In 2016 hebben we het gebruik van de biodiesel uitgerold over de rest van de grote schepen; ze varen er op dit moment allemaal op. Dat heeft dus al geleid tot een behoorlijke reductie van CO2.”

Zo laag mogelijke milieu-impact

“Wij hebben speciaal gekozen voor het gebruik van gecertificeerde biodiesel die is gemaakt van oud frituurvet”, vervolgt Schennink. “In feite varen we op een restproduct van restaurants en horeca. Anders dan bijvoorbeeld met het gebruik van palmolie, gaat de productie van deze brandstof niet ten koste van de tropisch oerwoud of de voedselproductie. Deze brandstof heeft echt een zo laag mogelijke impact op het milieu.” De biobrandstof wordt bijgemengd. “We varen op een mengsel van 30% HVO – zo heet die biodiesel – en 70% normale gasolie. Op termijn kan dat meer worden. We moeten uiteindelijk voldoen aan het klimaatakkoord van Parijs. We zijn nu aan het onderzoeken of het percentage biobrandstof verhoogd kan worden naar 35 of 40%.

Van diesel naar elektrisch is veel schoner. Het scheelt enorm in de CO2-uitstoot, en in de kosten.

Jasper Tils, projectmanager van Rijkswaterstaat

Energieneutrale tweede sluis Eefde en gemalen geëlektrificeerd

Afgelopen jaar is de aanleg van uitbreiding Sluis Eefde aanbesteed. De aan te leggen nieuwe sluis verbetert de doorstroming en vermindert de wachttijden. Rijkswaterstaat heeft een grote duurzaamheidsambitie en dit project draagt daaraan bij.

De planstudie maakte duidelijk dat winst op het gebied van duurzaamheid vooral bereikt kan worden door in te zetten op een energiezuinige of -neutrale sluis, het gebruik van biobased materialen en het beperken van het schutverlies. Deze zaken zijn dan ook expliciet uitgevraagd bij de aanbesteding.

Tweede sluis wordt energieneutraal

Het project is gegund aan ‘Lock to Twente (L2T)’. Jasper Tils, projectmanager van Rijkswaterstaat: “Hun aanbieding scoorde heel goed. Zowel op het gebied van energie als materiaalgebruik. Zij gebruiken voor de bouw van de nieuwe sluis veel duurzame materialen en zij zullen ook de transportlogistiek duurzaam verrichten.

Daarnaast wordt de tweede sluis energieneutraal. Dit wordt bereikt door de combinatie van een zeer energiezuinig nieuw bediengebouw (A+++) en doordat zonnepanelen de energie gaan leveren om de sluis te bedienen.”

Gemalen op sluiscomplex: van diesel naar elektriciteit

Op het sluiscomplex Eefde zijn ook twee gemalen aanwezig. In 2015 startte – als opzichzelfstaand project, los van de uitbreiding van de sluizen – een grootschalige renovatie van deze gemalen. Tils: “Belangrijk onderdeel van deze renovatie was de vervanging van de dieselpompen door elektrische pompen. Dat levert een aanzienlijke duurzaamheidswinst. Van diesel naar elektrisch is veel schoner. Het scheelt enorm in de CO2-uitstoot, en in de kosten. Het is echt een ‘win win’-oplossing. De pompen zijn bovendien niet alleen energiezuiniger, maar ook veel eenvoudiger te bedienen.”

Opwekken van duurzame energie

Het totaal opgesteld vermogen op het grondgebied van Rijkswaterstaat bedroeg in 2016 624 MW. Dit is vergelijkbaar met het verbruik van zo’n 350.000 huishoudens. In de komende jaren zal een deel van de groene stroom, van nieuwe projecten voor wind- of zonne-energie, door Rijkswaterstaat zelf gebruikt worden om energieneutraal te worden.

Energieproductie op eigen areaal in 2016

Wind op land
Wind offshore
Waterkracht

Totaal opgesteld vermogen op het areaal van Rijkswaterstaat bedroeg 624 MW in 2016.

Nationale Klimaattop 2016

Op de Nationale Klimaattop heeft Rijkswaterstaat afspraken gemaakt om samen te werken aan energiewinning. Een mooi voorbeeld is de energiecoalitie tussen Rijkswaterstaat en de Unie van Waterschappen. Doel van de energiecoalitie is om energiekansen in het waterbeheer optimaal te benutten en de potentie van het waterbeheer binnen de duurzame energietransitie in Nederland beter zichtbaar te maken.

Een ander voorbeeld van samenwerking is de proef met 120 drijvende zonnepanelen in de Slufter, het depot voor verontreinigde baggerspecie op de Maasvlakte. Rijkswaterstaat en het Havenbedrijf Rotterdam hebben als beheerders van de Slufter een intentieverklaring ondertekend voor grootschalige opwekking van zonne-energie in de Slufter. In de Slufter kan een hoeveelheid duurzame zonne-energie worden opgewekt dat gelijk staat aan het verbruik van 25.000 huishoudens.

Met het Slufter-project dagen we de markt uit om op het gebied van zonne-energie en water te innoveren. In principe kunnen veel meer wateren worden benut voor het opwekken van zonne-energie.

Rik Jonker, coördinator zonne-energie Rijkswaterstaat

Slufter als proeftuin voor zonne-energie van water

In de Slufter op de Rotterdamse Maasvlakte test Rijkswaterstaat samen met marktpartijen drijvende zonnepanelen. “Het is vooral een innovatiepilot”, zegt Rik Jonker, coördinator zonne-energie Rijkswaterstaat. “Er zijn eenvoudigweg nog maar weinig zonne-energiesystemen ontwikkeld voor toepassing op water.”

“Na deze proef hopen we over een aantal golfbestendige systemen te beschikken, die – vanzelfsprekend – ook elders toepasbaar zijn. Het belang van dit project overstijgt dus in feite het opwekken van energie in de Slufter. In principe kunnen veel meer wateren worden benut voor het opwekken van energie. Denk alleen al aan het IJsselmeer, het Markermeer of de baggerspeciedepots die we als Rijkswaterstaat beheren.”

Baggerspeciedepots dubbel gebruiken

“Marktpartijen staan erg positief tegenover deze ontwikkeling. Niet in de laatste plaats omdat je op water veel grootschaliger energie kunt winnen dan op land. Bovendien heb je over het algemeen met minder maatschappelijke weerstand te maken. We hebben als Rijkswaterstaat zelf ook belang bij ‘zon van water’. We hebben de ambitie om energieneutraal te zijn in 2030. Als we drie grote baggerdepots vol zouden leggen met drijvende zonnepanelen, dan zijn we energieneutraal. Die baggerdepots zijn eigenlijk grote vuilstorten. Het is prachtig om die dubbel te gebruiken.”

Door samen te werken maken we de potentie van het waterbeheer binnen de duurzame energietransitie in Nederland zichtbaar!

Evrim Akar, Senior Adviseur Klimaat en Energie bij Rijkswaterstaat

Waterbeheer en energietransitie: alle reden voor samenwerking in Energiecoalitie

Net als Rijkswaterstaat hebben waterschappen veel assets en areaal in beheer waar duurzame energie opgewekt kan worden. In potentie ook veel meer dan de energiebehoefte van de waterbeheerders zelf. Bij het benutten van die potentie, lopen Rijkswaterstaat en de waterschappen tegen dezelfde vragen aan. Alle reden om samen op te trekken.

“We staan voor vergelijkbare dilemma’s”, zegt Evrim Akar, Senior Adviseur Klimaat en Energie bij Rijkswaterstaat. “Hoe ga je om met verantwoordelijkheden voor de gebruiker zoals bereikbaarheid en veiligheid of beheer en onderhoud? Of, wat zijn de juridische knelpunten? Hoe beantwoorden we kennisvragen? Voor Rijkswaterstaat en de waterschappen spelen dezelfde vragen, dilemma’s en kansen. Daarom hebben we de Energiecoalitie gesloten en hebben we onder meer een gezamenlijk onderzoeksprogramma opgezet. En we werken samen in pilotprojecten bijvoorbeeld als het gaat om drijvende zonnepanelen en slim malen. Met die projecten ontwikkelen we kennis en vullen we kennisleemtes op. Ook innovatie vergeten we niet. Thermische energie uit oppervlakte water zien we als kans om van aardgas af te komen in Nederland.”

CO2–reductie

CO2 uitstoot Rijkswaterstaat
CO2 uitstoot Rijkswaterstaat
Ontwikkeling CO2-voetafdruk van Rijkswaterstaat (in kton CO2 )
Ontwikkeling energieverbruik Rijkswaterstaat
  • De CO2-voetafdruk van Rijkswaterstaat was in 2016 26% lager dan in 2009 en 17% lager dan in 2015. De doelstelling om in 2020 ten opzicht van 2009 20% CO2 te reduceren is daarmee in 2016 al behaald.
  • In de CO2-uitstoot is - naast het totale energieverbruik - ook zakelijk verkeer meegenomen (gebruik van privé auto’s, openbaar vervoer en vliegreizen).

De CO2-voetafdruk bestaat uit:

  • Directe CO2-uitstoot door verbranding van brandstoffen:
    53 kton
    (-4% ten opzichte van het totaal in 2009) (scope 1)
  • Indirecte uitstoot door bijvoorbeeld gebruik van elektriciteit:
    66 kton
    (-22% ten opzichte van het totaal in 2009) (scope 2)

De belangrijkste maatregelen die aan dit resultaat hebben bijgedragen zijn:

  • Inkoop van 66.000 MWh Nederlandse windenergie
  • Toenemend gebruik van biodiesel bij de Rijksrederij

CO2-prestatieladder

IenM en Rijkswaterstaat willen niet alleen de eigen uitstoot verminderen, maar zet zich ook in om samen met ketenpartners te werken aan CO2 reductie van al het werk dat in opdracht van Rijkswaterstaat wordt uitgevoerd. De ambitie klimaatneutraal in 2030 gaan we samen met partners in de keten, zoals aannemers, realiseren. In 2016 leverden we bijvoorbeeld al een bijdrage aan de totstandkoming van de Green Deal ‘Het Nieuwe Draaien’ en het Betonakkoord.

In 2016 heeft IenM als tweede overheidsorganisatie in Nederland trede 3 van de CO2-prestatieladder behaald. Dit betekent dat we onze eigen emissies goed in beeld hebben. Ook bereiden we ons voor op de certificering op trede 4 van de CO2-prestatieladder. Daarvoor zijn in 2016 ketenanalyses van een weg, viaduct en kustonderhoud gemaakt.

De onderstaande figuur laat zien aan welke materiaalstromen de CO2-uitstoot verhoudingsgewijs is toe te schrijven.

Verhoudingen CO2-uitstoot per materiaalstroom, in totaal goed voor ongeveer 1100 kton CO2
Verhoudingen <nobr>CO<sub>2</sub>-uitstoot</nobr> per materiaalstroom, in totaal goed voor ongeveer 1100kTon CO<sub>2</sub>
We formuleren een ambitieus doel, maken transparant wat we doen om onze ambitie te realiseren en gaan in gesprek met onze partners om zelf en onze keten verder te verduurzamen.

Nelson Verheul, Rijkswaterstaat-trekker CO2-prestatieladder

Sturen op CO2-uitstoot met CO2-prestatieladder

In 2016 certificeerden het ministerie van Infrastructuur en Milieu en Rijkswaterstaat zich op de derde trede van de CO2-prestatieladder. “Dit betekent dat we nu echt gaan sturen op de doelstelling die we voor de CO2-uitstoot hebben vastgelegd”, zegt Nelson Verheul, Rijkswaterstaat-trekker CO2-prestatieladder.

“We werken continue aan reductie van CO2, we laten aan anderen zien wat we doen en werken samen om verder te komen. Om echt verder te komen in de keten, hebben we onze partners nodig ”, zegt Verheul. “En als we niet op koers liggen, dan nemen we maatregelen. Alleen dan zetten we stappen op de CO2-prestatieladder.”

Eigen zaakjes goed op orde

Rijkswaterstaat is nu gecertificeerd op de derde van in totaal vijf treden van de prestatieladder. Verheul: “Dat is eigenlijk het instappunt voor de meeste organisaties. In feite betekent het dat je je eigen zaakjes goed op orde hebt. We zijn nu bezig ons voor te bereiden op trede vier. Dan gaat het niet alleen meer over je eigen bedrijfsvoering, maar om een hele keten. Welke CO2-voetafdruk heeft het aanleggen van wegen bijvoorbeeld.”

Circulaire economie

Circulaire Economie is één van de speerpunten binnen het ministerie van IenM. In een circulaire economie bestaat geen afval en worden grondstoffen steeds opnieuw gebruikt. Het is een belangrijk thema voor Rijkswaterstaat als grote opdrachtgever voor de sector grond-, weg- en waterbouw (GWW), omdat deze sector goed is voor ongeveer 50% van alle materiaalstromen. Wereldwijd vormen GWW-activiteiten ongeveer 20% van de CO2-emissies. Rijkswaterstaat is in Nederland een van de grootverbruikers als het gaat om asfalt, beton en grondverzet. Daarnaast is Rijkswaterstaat zelf ook grondstoffenproducent van bijvoorbeeld snoeiafval, bermmaaisel, zand en baggerspecie. Rijkswaterstaat doet al veel aan recycling, maar wil nu een stap verder gaan, van hergebruik naar circulair. We hebben daarom de ambitie uitgesproken om in 2030 circulair te werken.

Daarnaast zijn we mede-uitvoerder van het Rijksbrede programma Circulaire Economie dat in 2016 is vastgesteld.

Door circulair te werken wil Rijkswaterstaat een bijdrage leveren aan:

  • Het verminderen van de milieu-impact door minder materiaalgebruik, het toepassen van duurzamer geproduceerd materiaal, hergebruik, recycling en innovatie
  • De rijksbrede ambitie om in 2030 50% minder primaire grondstoffen te gebruiken

Rijkswaterstaat werkt circulair in 2030

Rijkswaterstaat is in december 2016 gestart met het impulsprogramma Circulaire Economie. Daarmee werken we aan onze ambitie ‘Rijkswaterstaat werkt circulair in 2030’. We richten ons daarbij op drie sporen: circulaire netwerken, circulaire bedrijfsvoering en circulair boegbeeld van (internationaal)beleid. Rijkswaterstaat ziet kansen voor circulaire toepassingen in verschillende fasen van infrastructurele processen:

  • Slimme duurzame ontwerpen van objecten, die kunnen worden hergebruikt in een volgende levenscyclus, bijvoorbeeld door demontabele producten of onderdelen toe te passen.
  • Slimme aanleg door het toepassen van duurzame en herbruikbare grondstoffen.
  • Slim beheer door te sturen op een zo optimaal mogelijke levensduur en maximaal hergebruik van producten, onderdelen en materialen.

Rijkswaterstaat heeft in 2016 veel geïnvesteerd in de samenwerking met partners in de keten, op het gebied van meer duurzame, circulaire materiaalstromen. Voor beton is daarbij ingezet op het sluiten van een ketenakkoord met alle betrokken stakeholders uit de keten, dat in 2017 zal worden ondertekend.

Rijkswaterstaat zet in op de ontwikkeling en het gebruik van duurzame materialen, die zo veel mogelijk hoogwaardig kunnen worden hergebruikt. Dat draagt bij aan een vermindering van CO2-uitstoot. We stimuleren marktpartijen om zelf te komen met innovaties op het gebied van een circulaire economie. Dit doen we door onze invloed als inkoper in te zetten en door duurzaamheid als integraal onderdeel in het inkoopproces op te nemen. En door actief met marktpartijen samen te werken en na te denken over circulaire innovaties.

Samen met anderen circulaire stappen zetten

In 2016 is samen met adviesbureaus en aannemers aan projecten gewerkt, waarin de eerste stappen zijn gezet naar meer circulariteit. Ook zijn er diverse verkenningen uitgevoerd, onder meer op het gebied van circulair ontwerpen en de fasen die daaraan vooraf gaan. In de bedrijfsvoering is een start gemaakt met het circulair inkopen van kantoormeubilair, en tevens is Rijkswaterstaat partner in diverse Europese projecten zoals ‘REBus’ (grondstoffen efficiënte businessmodellen) en ECAP (European clothing action plan). In deze projecten worden pilots uitgevoerd op het gebied van circulair inkopen en hergebruik van materialen.

Pilotprojecten en projecten waarin circulaire principes zijn toegepast en de eerste stappen op weg naar een circulair Rijkswaterstaat zijn gezet:

  • InnovA58
  • Europees Project REBus (circulair inkopen, van bijvoorbeeld een circulair kledingpakket voor stewards)
  • Circulair inkopen/categorieplannen in beheer Rijkswaterstaat (onder andere kantoorinrichting)
  • Project ‘Circulaire consumptie on the go’
  • A27/A1 (asfalt)
  • Rijnlandroute (onder andere asfalt)
  • Urinoir op verzorgingsplaats A1 (Noord-Holland). De urine wordt verzameld en gaat naar Waternet, waar fosfor wordt onttrokken, een grondstof die schaars wordt. Het is de eerste in een reeks en wordt vooral georganiseerd door een externe partij.
  • Verzorgingsplaats Westkop in Bruinisse met biobased producten, zoals de biobased vangrail.
We gaan een compleet circulair ontwerp maken. Met alles erop en eraan.

Wim Leendertse, programmamanager InnovA58

InnovA58: aan de slag met volledig circulair ontwerpen

Het project InnovA58 is een groot aanlegproject. Op twee weggedeelten, tussen de knooppunten Sint-Annabosch en Galder en tussen Eindhoven en Tilburg, wordt de weg verbreed van 2x2 naar 2x3 rijstroken. Maar het project is veel meer dan alleen een infrastructuurproject en kent ook zeer ambitieuze innovatiedoelstellingen. Eén ervan richt zich op het volledig circulair ontwerpen van de weg.

Hoewel iedereen het heeft over circulariteit binnen de GWW-sector, is het toch onduidelijk waar het nou precies over gaat, zegt Wim Leendertse, programmamanager InnovA58. “De één heeft het over materiaalstromen, de ander over modulair bouwen, weer een ander over grondstromen. Tegelijkertijd worden er allemaal pilots uitgevoerd op het gebied van circulariteit. Dat is natuurlijk mooi, maar het betreft telkens maar een deel van de ontwerpketen. Wat we bij InnovA58 nu willen doen, is een compleet circulair ontwerp maken. Met alles erop en eraan. Dat is hier interessant, omdat we het ontwerp nog moeten maken en omdat het een heel veelzijdige opgave is.”

Het streven is er niet op gericht het circulaire ontwerp ook echt volledig te gaan bouwen, maakt Leendertse duidelijk. “Wat we kunnen uitvoeren, gaan we ook uitvoeren. Maar de doelstelling is vooral dat we kennis opdoen: tegen welke zaken en dilemma’s lopen we aan? Wat is gemakkelijk mee te nemen en waar gaat het lastiger? Wat is er nodig? En als resultaat van deze ontwerpexercitie willen we een programma opstellen dat antwoord geeft op de vraag hoe we tot een circulaire GWW-sector kunnen komen.”

Circulair ontwerpen is een gebiedsopgave

Interessant aan InnovA58 is dat je er – op een tunnel na – alles tegenkomt wat in de droge infrastructuur speelt, vertelt Leendertse enthousiast: “Knelpunten, onderdoorgangen, aardebanen, duikers. Dit is een uitgelezen kans om met een circulair ontwerp aan de slag te gaan. Dat willen we overigens ook echt samen gaan doen met de GWW-sector. Wijzelf, de marktpartijen, kennisinstituten en onderzoeksinstituten. En de regionale bestuurders en omgevingspartijen. Een van de belangrijkste dingen die nu al naar voren komt is dat circulair ontwerpen niet een ‘Rijkswaterstaat en markt’-dingetje is. Het is een gebiedsopgave. Sjouwen met grond (een van de belangrijkste bouwopgaven) is bijvoorbeeld alleen circulair mogelijk als je dat in een regionaal perspectief plaatst.”

Ik heb geleerd dat in de hele keten samenwerken met niet alleen aannemers, maar ook grondstoffenleveranciers, producenten en recyclingbedrijven echt meerwaarde biedt.

Evert Schut, senior adviseur Rijkswaterstaat

Verduurzamen betonketen met betonakkoord stap dichterbij

“Beton is wereldwijd goed voor 7% van alle CO2-emmissies. Als je de betonketen kunt verduurzamen, dan gaat het dus echt ergens over”, zegt senior adviseur Evert Schut van Rijkswaterstaat. Verduurzaming is precies het doel van het betonakkoord, waar in 2016 met veel energie en enthousiasme aan is gewerkt. De handtekeningen onder de afspraken tussen alle betrokken ketenpartijen over het verduurzamen van de gehele betonsector zetten we later dit jaar.”

Die ondertekening zal de bekroning zijn op een traject dat als initiatief van een aantal koplopende bedrijven een aantal jaar geleden startte. Schut: “We zijn al langer bezig. En hoewel dit soort processen altijd gaat met vallen en opstaan, heeft het mij eigenlijk steeds aangenaam verrast hoe groot het draagvlak is om afspraken te maken. Let wel, het gaat hier niet om een of twee partijen die aan tafel zitten. De hele sector is erbij betrokken: grondstoffenwinnaars, producenten van cement, betonfabrikanten, aannemers, opdrachtgevers zoals Rijkswaterstaat, maar ook sloop- en recyclingbedrijven.”

Speerpunten

Speerpunten binnen het akkoord zijn CO2-reductie, circulariteit, natuurlijk kapitaal en sociaal kapitaal. “Eigenlijk komt het akkoord erop neer dat er op sectorniveau voor die speerpunten ambities worden geformuleerd: hoe snel gaan we bijvoorbeeld de CO2-uitstoot afbouwen? En welke instrumenten zetten we daarbij als overheid en bedrijfsleven in om dat te realiseren? Dat is de kern van het akkoord. Belangrijk instrument daarbij is het instellen van een fonds – zeg maar een soort investeringsbank – voor de financiering van innovaties.”

Duurzame gebieds­ontwikkeling

Om ervoor te zorgen dat Nederland ook voor volgende generaties een mooie, schone, groene en veilige plek is om te leven, werkt Rijkswaterstaat aan een duurzame leefomgeving. Een van de manieren om dat te bereiken, is door duurzame gebiedsontwikkeling.

Bij duurzame gebiedsontwikkeling is het van belang gezamenlijk met alle partners ambities vast te stellen: wat willen we met een gebied en hoe kunnen we dit duurzaam inrichten en realiseren? Partners in dit proces zijn provincies, gemeenten, waterschappen, bedrijven, bewoners en maatschappelijke organisaties. Na het vaststellen van de ambities, volgt het kiezen en combineren van de verschillende gebruiksfuncties, zodat er een goed bereikbaar duurzaam gebied ontstaat, waar het prettig wonen, werken en recreëren is.

De gebiedsgerichte aanpak waarmee Rijkswaterstaat al ervaring heeft, leent zich uitstekend om ook duurzame kansen te verzilveren, zoals minder CO2-uitstoot of de opwekking van duurzame energie. Rijkswaterstaat staat open om het gesprek hierover aan te gaan.

Onze werkwijze: zo vroeg mogelijk in gesprek gaan over gebiedsopgaven en het creëren van mogelijkheden voor het meervoudig en duurzaam benutten van ons eigen areaal. Dit noemen we integraal opdrachtnemerschap. Door te ‘leren door te doen’, willen we als organisatie stappen zetten. We zetten in op een aantal kansrijke opgaven, projecten en initiatieven van provincies, gemeenten, waterschappen, marktpartijen en maatschappelijke organisaties om zo samen met anderen te komen tot meerwaarde voor het gebied.

Omgevingswijzer

Het instrument omgevingswijzer brengt in een vroeg projectstadium – ruim voordat de eerste schop de grond in gaat – in beeld welke oplossingen in een omgeving de meeste ‘leefbaarheidswinst’ opleveren voor alle bewoners en gebruikers. De omgevingswijzer analyseert de impact van een project op de omgeving aan de hand van 12 thema’s (en 48 subthema’s), zoals ecologie, sociale relevantie en economie.

Om duurzame gebiedsontwikkeling in kaart te brengen heeft Rijkswaterstaat de Omgevingswijzer ontwikkeld. De omgevingswijzer is in 2016 zeventien keer toegepast. Ten opzichte van 2015 is dit meer dan een verdubbeling. In de toekomst verwachten we dit instrument vaker toe te passen, ook in de nieuwe MIRT-projecten, grote vervangings- en renovatieopgaven, en bij gebieds- en omgevingsvisies. Zie ook de informatie over MIRT elders in dit verslag.

Een aantal projectvoorbeelden van de toepassing van de omgevingswijzer op een rij:

De omgevingswijzer brengt de gezamenlijke effecten in een resultatenwiel overzichtelijk in beeld. Bij positieve effecten kleurt het wiel groen, bij negatieve effecten kleurt het rood. De omgevingswijzer laat zien hoe we met slimme combinaties duurzame resultaten kunnen behalen.

De Omgevingswijzer kent 12 thema’s op het gebied van people, planet en profit/prosperity
De Omgevingswijzer kent 12 thema’s op het gebied van people, planet en profit/prosperity
De omgevingswijzer leidt sneller tot de vraag: ok, het zit nu zo, maar wat zouden we nog meer kunnen doen?

Petra van Konijnenburg, projectmanager Rijkswaterstaat

Omgevingswijzer: Analyse-instrument met meerwaarde

Rijkswaterstaat heeft de Omgevingswijzer ontwikkeld om de duurzaamheid van projecten in kaart te brengen. Het instrument neemt twaalf duurzaamheidsthema’s onder de loep en biedt een handvat om op gestructureerde wijze het bewustzijn en de discussie over duurzaamheid te bevorderen. De versterking van de Houtribdijk is één van de projecten waar de Omgevingswijzer is toegepast.

Het gebruik van de omgevingswijzer heeft een duidelijke meerwaarde ten opzichte van de gangbare manier van werken, vertelt Petra van Konijnenburg van Rijkswaterstaat. “Het grote verschil is dat je heel expliciet met thema’s als natuur, energie, recreatie en ook sociale aspecten bezig bent. En dat je dat samen met de verschillende betrokken partijen doet.”

Met elkaar in discussie: wat kunnen we nog meer doen?

Van Konijnenburg: “Als wij een project ‘draaien’, dan moeten we sowieso een milieueffectrapportage opstellen. Daarin bekijken we allerlei effecten van een ingreep op het milieu. Dat wordt dan vervolgens vaak technisch opgelost. Nu zit je in een groep mensen bij elkaar en ga je aan de hand van de Omgevingswijzer met elkaar in discussie over de effecten van een ingreep op verschillende aspecten. Daardoor ontstaat er – veel meer dan in de gebruikelijke manier van werken – interactie tussen de verschillende betrokken partijen. Dat leidt tot meer begrip voor elkaars belang en ideeën voor mogelijke oplossingen. Hierdoor kom je sneller tot de vraag: ok, het zit nu zo, maar wat zouden we nog meer kunnen doen?’”

Ruimte reserveren voor realiseren ambities

Jeroen Doornekamp, beleidsmedewerker Waterveiligheid van de provincie Flevoland: “Het instrument levert zeker goede ideeën op. Door de manier waarop het instrument is ingericht en het feit dat je veel aspecten bekijkt, ontstaat er een heel goede analyse. Maar vervolgens is het wel van belang dat er ruimte is – qua tijd en financiën bijvoorbeeld – om het ambitieniveau dat je met de analyse bereikt ook te realiseren. Dat is hier naar mijn idee minder goed uit de verf gekomen. Onder meer ook doordat het instrument pas in een laat stadium in de planstudiefase is ingezet. Ik zou daarom de oproep willen doen: zet de Omgevingswijzer vroegtijdig in en reserveer ruimte voor het realiseren van de ambities.”

Duurzame mobiliteit

Rijkswaterstaat investeert in duurzame mobiliteit, voor een schonere lucht en minder CO2-uitstoot. We streven naar een vermindering van het gebruik van fossiele brandstoffen. Ook innoveren we op het gebied van doorstroming.

Eigen duurzame vloot

In ons streven om CO2 te besparen speelt de Rijksrederij een belangrijke rol. De inzet van de circa 110 vaartuigen is goed voor 32% van de CO2-uitstoot van Rijkswaterstaat.

Succesvolle pilot bijmengen van biobrandstof zeeschepen

In 2015 is de Rijksrederij een pilot gestart met het bijmengen van biobrandstof (30% HVO) op een drietal zeeschepen. Naar aanleiding van deze pilot concludeerde TNO dat verdere uitrol over de zeegaande vloot verantwoord is. Het gebruik van biobrandstof is op de 11 zeeschepen geïmplementeerd. Hierdoor heeft de Rijksrederij in 2016 18% CO2-reductie behaald ten opzichte van 2011. Dit is conform de CO2-reductiedoelstellingen voor de vloot.

CO2-uitstoot Rijksrederij en gebruik biodiesel Rijksrederij

Naast het toepassen van alternatieve brandstof wordt onderzocht of de aandrijving van diverse schepen hybride kan worden uitgevoerd. Dit maakt deel uit van de duurzaamheidsstrategie die door de Rijksrederij voor de jaren 2020/2025 wordt opgesteld. Hieronder is de CO2-uitstoot van de Rijksrederij (in ton CO2) weergegeven.

Jaar 2014 2015 2016
In ton CO2 40.205 39.915 38.023

Gebruik biodiesel Rijksrederij

Verschuiving van conventionele diesel naar biobrandstof
Verschuiving van conventionele diesel naar biobrandstof

CO2-uitstoot eigen wagenpark

De overheid heeft zichzelf het doel gesteld dat in 2020 tenminste 20% van het wagenpark uit elektrische voertuigen bestaat. Circa 9% van het wagenpark van Rijkswaterstaat was in 2016 (deels) elektrisch. In 2017 wordt een flinke stap gezet op weg naar verdere verduurzaming door de aankoop van 100 volledig elektrische auto’s. Daarnaast werken wij samen met andere wagenparkbeheerders en het Rijksvastgoedbedrijf aan de Green Deal ‘Elektrisch vervoer’. Dit krijgt de komende jaren handen en voeten door elektrificatie van het wagenpark én het realiseren van laadinfrastructuur.

Aantal Rijkswaterstaat voertuigen per 'brandstofsoort'
Aantallen 2014 2015 2016
Diesel/Benzine 1389 1328 1462
Hybride/PHEV/Elektrisch/Waterstof 283 255 149
Totaal 1672 1583 1611

Smart Mobility

Om Nederland ook in de toekomst bereikbaar, veilig en leefbaar te houden, willen we kansen benutten die nieuwe informatie- en communicatietechnologieën ons bieden. Deze inzet van innovatieve ICT-oplossingen voor mobiliteit noemen we Smart Mobility. Dit komt niet alleen weggebruikers ten goede – bijvoorbeeld door betere informatievoorziening – maar kan ook een bijdrage leveren aan duurzamer transport met bijvoorbeeld minder CO2-uitstoot. Met slimme informatiesystemen kunnen we reizigers stimuleren om voor schonere manieren van transport te kiezen. En door de toepassing van slimme voertuigtechnologieën kan zuiniger worden gereden.

Rijkswaterstaat werkt gebiedsgericht samen met andere overheden en het bedrijfsleven aan opgaven op het gebied van bereikbaarheid, veiligheid en leefbaarheid. Mobiliteitsmanagement is hierin een krachtig instrument, waarmee verkeersknelpunten op de weg kunnen worden aangepakt door reizigers te prikkelen om alternatieven te gebruiken zoals de fiets of het openbaar vervoer, of door op andere momenten van de dag te reizen. Daarnaast werkt Rijkswaterstaat actief samen met logistieke dienstverleners aan mogelijkheden om informatie optimaal onderling te delen en samenwerking te stimuleren.

Een voorbeeld van hoe dit kan werken, is truck platooning. Rijkswaterstaat jaagt de innovatie op dit vlak aan door partijen bijeen te brengen rond het thema ‘vehicle-to-vehicle communicatie’. Door voertuigen via deze draadloze communicatietechniek met elkaar te verbinden is een efficiënter rijgedrag mogelijk. Er komt meer ruimte op de weg vrij voor andere voertuigen én het constante rijtempo levert besparing op in brandstof en CO2-uitstoot. Rijkswaterstaat bevordert daarnaast testen op dit vlak en agendeert de hiervoor benodigde regelgeving. Ook leggen we verbindingen tussen verschillende partijen op Europees niveau.

Op rijkswaterstaat.nl is meer informatie te vinden over de wijze waarop Rijkswaterstaat samenwerkt met de markt, kennisinstellingen en andere overheden op het gebied van slimme duurzame mobiliteit en intelligente transportsystemen (ITS).

Smart Mobility draagt bij aan veiligheid, bereikbaarheid én duurzaamheid. Naast de ‘energiewende’ verwacht ik dat we ook een ‘mobiliteitswende’ tegemoet gaan. Weggebruikers kunnen met betere informatie tot schonere mobiliteitskeuzes komen en uiteindelijk ontwikkelt de auto zich naar zero emission.

Kai Feldkamp, programmadirecteur Smart Mobility Rijkswaterstaat

Faciliteren elektrisch rijden

In Nederland werkt een veelheid van partijen aan de verdere ontwikkeling van elektrisch vervoer. Het Nederlandse beleidsdoel is dat 1 op de 10 nieuwe auto’s in 2020 elektrisch rijdt, of kan rijden. In 2025 zou dit percentage van 10% moeten zijn gestegen naar 50%. In 2035 moeten alle nieuw verkochte auto's CO2-emissievrij kunnen rijden. We maken het aanbieden van bijvoorbeeld snellaadpalen en waterstofstations door derden mogelijk door bijvoorbeeld vergunningen hiervoor af te geven. Zo draagt Rijkswaterstaat (indirect) bij aan het verminderen van emissies van autoverkeer. Hierdoor ontstaat de komende jaren een betaalbaar, betrouwbaar en toegankelijk netwerk langs het hoofdwegennet.

  • 182 uitgegeven vergunningen
  • Opening 69 snellaadstations door 3 marktpartijen

Verbinden van vervoersmodaliteiten: partner in fietsbeleid

We kunnen de bereikbaarheid alleen vergroten wanneer we alle mogelijke middelen benutten om van A naar B te komen. Doel van Rijkswaterstaat is om zijn rol als partner in het fietsbeleid te versterken op het gebied van netwerkontwikkeling, mobiliteitsbeleid, gebiedsontwikkeling, kennis en informatie en de ontwikkeling van een duurzame en gezonde leefomgeving. Rijkswaterstaat wil samen met partners werken aan een landelijk fietsnetwerk.

    Resultaten en lopende ontwikkelingen:

  • Fietsagenda: Ruim baan voor de fiets In opdracht van Rijkswaterstaat heeft de Fietsersbond een fietsagenda gemaakt.
  • Informeel fietsnetwerk dat praktijkcases versnelt. Bijvoorbeeld de onderdoorgangen bij knooppunt Vonderen en Kerensheide
  • Wilhelminakanaal: verkenning schouwpaden als fietsverbinding
  • Twee tot drie keer per jaar stakeholderoverleg met Fietsersbond, Fietsplatform, Wandelnet, Hippische Sportbond en ANWB rondom thema barrièrewerking infrastructuur
  • Actieve bijdrage Nationale Fietsagenda 2017-2020

Duurzaam waterbeheer

Water moet geschikt zijn voor de drinkwatervoorziening, natuur, landbouw, visserij, en recreatie. Ook scheepvaart en industrie zijn ervan afhankelijk. De beschikbaarheid van voldoende en schoon water voor alle watergebruikers in ons land is het dagelijkse werk van Rijkswaterstaat. Hierin werken we samen met andere waterbeheerders, zoals de waterschappen en natuurbeheerders. De uitdaging is groot: het moet schoon genoeg zijn om het te verwerken tot drinkwater en om erin te kunnen zwemmen, maar ook geschikt zijn om planten en dieren een goed leefgebied te geven.

Met het project Groote Zaag verbetert de waterkwaliteit en ontstaat een beter leefgebied voor planten en dieren.

Sabine Oomen, omgevingsmanager Rijkswaterstaat

Nieuwe geulen en natuurvriendelijke oevers Groote Zaag: getijdenatuur krijgt weer de ruimte

Bij het eiland Groote Zaag – in de Nieuwe Maas ter hoogte van Krimpen aan de Lek – heeft Rijkswaterstaat over een lengte van bijna vier kilometer natuurvriendelijke oevers aangelegd. Ook zijn drie geulen gegraven die in verbinding staan met de Nieuwe Maas. Hiermee verbetert de waterkwaliteit en ontstaat een beter leefgebied voor planten en dieren. De maatregel draagt bij aan het behalen van de doelstellingen van de Europese Kaderrichtlijn water: het op orde brengen van de (ecologische) waterkwaliteit.

Creëren van geleidelijke overgangen

De havens, dijken en harde oevers in de Nieuwe Maas laten weinig ruimte over voor de natuur. “Momenteel zijn er te weinig ondiepe oeverzones en is de waterbodem op veel plekken verontreinigd”, zegt omgevingsmanager Sabine Oomen van Rijkswaterstaat: “Bij het eiland Groote Zaag brengen we daar verandering in door de aanleg van een natuurvriendelijke oever. Deze is minder steil en heeft een geleidelijke overgang van nat naar droog. Dergelijke oevers zijn dan ook geschikt als broedplaats en leefgebied. Vissen vinden er bijvoorbeeld genoeg plekken om te paaien.”

Ruimte voor natuur en recreatie

De nieuwe geulen en poelen staan in verbinding met de rivier, zodat er regelmatig vers water binnenkomt. Oomen: “Daardoor krijgt getijdennatuur weer een kans en ontstaat er een prachtig leefgebied waar planten en dieren van profiteren. Maar er is in het gebied ook ruimte voor recreatie. Het gebied wordt mooi ingericht en is toegankelijk via wandelpaden. Voor het ontwerp hebben we intensief samengewerkt met de provincie Zuid-Holland, Stichting het Zuid-Hollands Landschap, de gemeente Krimpenerwaard en lokaal aanwezige bedrijven. Een van de highlights is de aanleg van een uitkijkpunt – de ‘Beverburcht’. Dat biedt een mooie uitzicht over het gebied en de rivier.”

Zwemwaterkwaliteit

Volgens de Europese Zwemwaterrichtlijn moet de zwemwaterkwaliteit op alle zwemwaterlocaties minimaal aanvaardbaar zijn. Tijdens het zwemseizoen controleert Rijkswaterstaat de zwemwaterkwaliteit op 230 officieel aangewezen buitenzwemlocaties (open water) in Rijkswateren. In 2016 werd in de Rijkswateren op één van de 230 zwemwaterlocaties niet aan de eis van minimaal aanvaardbaar voldaan. De exploitant neemt dit jaar maatregelen om de kwaliteit van het zwemwater te verbeteren. We blijven monitoren of dit ook lukt.

Ecologische kwaliteit grote wateren

Met vispassages, natuurlijke oevers, aanpak van verontreinigende bronnen, betere zuivering van afvalwater werkt Nederland hard aan een betere waterkwaliteit. De Europese Kaderrichtlijn Water, die een ‘goede chemische toestand’ en ‘goede ecologische toestand’ beoogt, geeft een flinke impuls. Toch is de ecologische kwaliteit van de grote wateren met alleen het programma voor de Kaderrichtlijn Water niet op orde als het programma in 2027 klaar is. Lees ook het Beheerplan Rijkswateren (BPRW)

Kaart - Schoon en gezond water

Aanpak duurzaam waterbeheer

Rijkswaterstaat kiest voor duurzaam waterbeheer door waterveiligheid, zoetwatervoorziening en bereikbaarheid te combineren met een goede ecologische kwaliteit. Dat vraagt meer aandacht voor een natuurlijke inrichting van de wateren, naast verdere verbetering van de chemische kwaliteit.

Om de ecologische waterkwaliteit te verbeteren zijn drie typen maatregelen mogelijk: harde scheidingen tussen watersystemen (dijken, dammen, sluizen en spuien) minder hard maken, herinrichting en herstel van verloren leefgebied en vermindering van de troebelheid door slibinvang en het slimmer storten van baggerspecie. De grote wateren worden hiermee natuurlijker zonder in te leveren op waterveiligheid en de zoetwatervoorziening. Daarmee komt er meer variatie in leefgebieden.

Rijkswaterstaat heeft voor alle grote wateren in beeld gebracht welke maatregelen nodig zijn om de ecologische waterkwaliteit te verbeteren. Met die maatregelen wordt het ook gemakkelijker om te voldoen aan de doelen van Natura 2000. Bovendien ontwikkelen de grote wateren zich zo in de richting van de Natuurambitie Grote Wateren.

Voor 23 Natura 2000-gebieden heeft Rijkswaterstaat het voortouw om een beheerplan te maken. De plannen voor - onder meer - de Delta en de Vlakte van Raan zijn in 2016 definitief vastgesteld. De rest volgt waarschijnlijk in 2017. Om de transitie naar duurzaam waterbeheer vorm te geven, bereidt Rijkswaterstaat een programma voor dat voor alle grote wateren voorziet in maatregelen om de ecologische waterkwaliteit te verbeteren.

De noodzakelijke verbetering van de ecologische kwaliteit vraagt een gezamenlijke aanpak door alle partijen die betrokken zijn bij het water- en natuurbeheer én het gebruik van de grote wateren. Om tot haalbare en betaalbare maatregelen te komen is samenwerking nodig en een nieuwe manier om aan water willen werken.

Andere thema's

Biodiversiteit: resultaten 2016

Biodiversiteit en natuurlijk kapitaal

Biodiversiteit wordt algemeen gezien als een belangrijke graadmeter voor de rijkdom aan leven binnen een bepaald gebied. Bermen vertegenwoordigen het grootste niet-bemeste maar wel beheerde graslandareaal in Nederland. In bermen komt ruim de helft van alle inheemse plantensoorten voor. Rijkswaterstaat is beheerder van een groot gebied (land en water) en kan daarmee een grote bijdrage leveren aan het beschermen van de biodiversiteit.

Natuurlijk kapitaal

Biodiversiteit vormt een onderdeel van het natuurlijk kapitaal. Daaronder verstaan we het vermogen van de natuurlijke omgeving ons te voorzien van nuttige goederen en diensten (ecosysteemdiensten). Rijkswaterstaat voert het beleidsondersteunende programma Natuurlijk Kapitaal uit. Ons doel is dat duurzaam gebruik van natuurlijk kapitaal een vanzelfsprekend onderdeel wordt bij beleids- en investeringsbeslissingen van overheden, bedrijven en andere organisaties. Het programma is in 2015 gestart en loopt (naar verwachting) door tot 2020.

Ecosysteemdiensten zijn essentieel voor onze welvaart en ons welzijn. Zo leveren zon en wind duurzame energie, open bodems bieden waterberging, groen draagt bij aan biodiversiteit en een gezondere leefomgeving, en biomassa kan worden ingezet als hernieuwbare grondstof voor materialen. Naast deze maatschappelijke bijdragen levert natuurlijk kapitaal ook economische baten, zoals de verkoop van maaisel en hout, lagere dijken door meer waterberging et cetera.

Bermbeheer

Rijkswaterstaat heeft als beheerder van een groot gebied de kans om de natuurwaarden en de ecosystemen optimaal te laten floreren ten behoeve van natuur, landbouw, visserij en recreatie. De bermen zijn de verbinding van de weg met de omliggende omgeving. Deze kunnen bijdragen aan het vestigingsklimaat in het gebied, de economische vitaliteit en een duurzame leefomgeving. Het beheer van Rijkswaterstaat is erop gericht dat de begroeiing in de berm een natuurlijke afspiegeling van in de omgeving aanwezige planten is. Om deze reden zet Rijkswaterstaat in op natuurlijke verspreiding van planten, door rekening te houden in het maaibeheer. Dit moet leiden tot een landschap met de grote variatie aan planten en bloemen en draagkrachtigere en erosiebestendigere bermbodems.

De hele keten is bij het project betrokken. Van areaaleigenaren zoals Rijkswaterstaat die de grondstof – het maaisel – leveren, via partijen die de bruikbare vezels winnen uit het gras, tot een papierproducent die zocht naar een alternatieve grondstof.

Mireille Götz, manager business unit Natuurlijk Kapitaal Rijkswaterstaat

Van Berm tot Bladzijde:

Meer doen met natuurlijk kapitaal

Als partner en facilitator neemt Rijkswaterstaat deel aan een proef waarbij vezels uit bermmaaisel dienen als grondstof voor de productie van karton. “Tot nu toe behandelden we al ons bermmaaisel als afval”, zegt Mireille Götz, manager business unit Natuurlijk Kapitaal van Rijkswaterstaat. “Van Berm tot Bladzijde is een prachtig voorbeeld van een project waarin we meer doen met natuurlijk kapitaal.”

De hele keten is bij het project betrokken, vervolgt Götz. “Van areaaleigenaren zoals Rijkswaterstaat die de grondstof – het maaisel – leveren, via partijen die de bruikbare vezels winnen uit het gras, tot een papierproducent die zocht naar een alternatieve grondstof.” Inmiddels zijn er met goed resultaat verschillende proeven gedaan om de uit het maaisel gewonnen vezels bij te mengen in het proces om karton te maken. “Volgend jaar schalen we op en zullen we grote hoeveelheden gras gaan leveren als grondstof voor de kartonindustrie.”

Zoeken naar optimum tussen people, planet en profit

Het is zeer inspirerend om in een project als Van Berm tot Bladzijde bezig te zijn met de circulaire economie en Natuurlijk Kapitaal, maakt Götz enthousiast duidelijk. “Het is een erg mooie manier van ondernemen, waarin we heel bewust een optimum zoeken tussen people, planet en profit. Die profit-kant verliezen we zeker niet uit het oog. Het gaat ons niet om winstmaximalisatie, maar het is wel essentieel dat er voor iedereen een verdienmodel in zit. Het moet niet zo zijn dat we als Rijkswaterstaat of publieke opdrachtgever altijd maar de portemonnee trekken. En als het lukt om met natuurlijk kapitaal een business case rond te krijgen – zoals bij het gebruik van maaisel als alternatieve grondstof – dan geeft dat heel veel voldoening.”

Biodiversiteit: resultaten 2016

Meetprogramma bermvegetatie

Rijkswaterstaat voert sinds 2000 een meetprogramma bermvegetatie uit. Doel is om te bepalen welk gevolg het beheer en onderhoud van Rijkswaterstaat heeft op de plantendiversiteit. Begin 2017 komt het analyserapport uit.

  • Circa 50% van de inheemse planten komt in bermen voor. Dit zijn voornamelijk de algemenere soorten.
  • Biodiversiteit is regionaal ongelijk verdeeld.

Pilot optimalisatie beheermaatregelen natuurkwaliteit rivierengebied

Voorbereidingen voor pilot in het rivierengebied gericht op optimalisatie van beheermaatregelen voor natuurkwaliteit.

Natuurlijk kapitaal: resultaten 2016

Ondertekening Green Deal Infranatuuur

Ondertekening van de Green Deal Infranatuur door twintig organisaties, waaronder overheden, infrabeheerders, ingenieursbureaus en De Vlinderstichting. De Green Deal heeft het doel de bewustwording op het gebied van biodiversiteit in relatie tot de Nederlandse infrastructuur te vergroten.

Deelname ‘Van berm tot bladzijde’

Van Berm tot bladzijde: als partner in de Biomassa Alliantie neemt Rijkswaterstaat deel aan een proef waarbij vezels uit bermgras worden verwerkt tot karton.

Verzorgingsplaats Westkop als icoon voor Biobased

Biobased Verzorgingsplaats Westkop heeft een educatieve functie. Voor het brede publiek, maar ook voor Rijkswaterstaat en haar partners. Biobased materialen die in projecten door heel Nederland gebruikt worden, krijgen hier op kleine schaal een plek. In de aankomende jaren worden nieuwe projecten/producten aan deze showcase toegevoegd. Er ontstaat zo een tastbaar portfolio van de biobased economie.

Oprichting Business Unit Natuurlijk Kapitaal

Najaar 2016 is de Business Unit Natuurlijk Kapitaal opgericht. De Business Unit ontwikkelt en creëert in samenwerking met partners maatschappelijke meerwaarde op het gebied van People, Planet, Profit. Naast het aanjagen en ontwikkelen van (afzet-)markten voor biobased toepassingen en producten én door het actief realiseren van projecten, versnellen we de ingezette maatschappelijke koers én de waardeontwikkeling van biomassa.

Gezondheid

Gezondheid

Rijkswaterstaat werkt aan een duurzame leefomgeving. Hierbij kijken we ook naar mogelijkheden om bij te dragen aan welzijn en gezondheid.

Rijkswaterstaat draagt bij aan gezondheid in brede zin door het in stand houden of verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving rondom de netwerken. Voorbeelden zijn:

  • Gezondheids­bescherming: er vindt een integrale afweging plaats waarin de impact van een project op bijvoorbeeld luchtkwaliteit of geluid wordt meegewogen. Gestreefd wordt naar bescherming van gezondheid en verbetering van de leefomgeving en vermindering van uitstoot van schadelijke stoffen.
  • Gezondheids­bevordering: Rijkswaterstaat werkt aan een leefomgeving die uitnodigt tot fysieke beweging. Bijvoorbeeld door een begrijpelijk en compleet voetgangers- en fietsersnetwerk en de aanwezigheid van groene openbare ruimtes.
  • Mentale gezondheid: Rijkswaterstaat draagt bij aan een leefomgeving die bevorderlijk is voor het mentaal welzijn. Bijvoorbeeld door een natuurlijke omgeving met toegankelijk groen en water.
  • Voorkomen van hinder: Rijkswaterstaat spant zich in om ook tijdens bouwwerkzaamheden hinder – denk aan trillingshinder, lichtvervuiling of zichthinder – te voorkomen.
Door de ruimte in te richten met inachtneming van welzijn en gezondheidsaspecten, leveren wij ook een bijdrage aan een duurzamer, veiliger en gezonder Nederland.

Peter Struik, in 2016 hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat Water, Verkeer en Leefomgeving

Lucht

Rijkswaterstaat werkt in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) samen met provincies, gemeenten en andere organisaties om ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de lucht voldoet aan wettelijke EU-normen. Jaarlijks monitort Rijkswaterstaat de kwaliteit van de lucht langs de rijkswegen en zet maatregelen in wanneer de kwaliteit in het gedrang komt. In 2016 voldeed de luchtkwaliteit op bijna alle plekken. Vooral doordat verbrandingsmotoren een stuk schoner zijn geworden.

De monitoringstool laat de luchtkwaliteit in Nederland langs onder andere wegen zien en is hier te bekijken.

Monitoringstool NSL

Beheerst geluid

Verkeerslawaai is hinderlijk en kan leiden tot gezondheidsklachten. De geluidproductie van het verkeer op de Nederlandse snelwegen moet daarom onder het voor dat deel van de rijksweg vastgestelde geluidproductieplafond blijven. Voor 60.000 virtuele referentiepunten langs de rijkswegen in Nederland monitort Rijkswaterstaat of dit het geval is. In de berekeningen nemen we alle factoren mee die bij de productie van geluid een rol spelen. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om de hoeveelheid en samenstelling van het verkeer, de verdeling over dag en nacht en de gereden snelheid, maar ook het type asfalt en aanwezige geluidschermen- en wallen. Wanneer het geluidsplafond dreigt te worden overschreden, bijvoorbeeld als gevolg van verkeersgroei, zijn maatregelen nodig. Wanneer stiller asfalt, geluidschermen en geluidwallen doelmatig zijn, worden deze toegepast. Indien nodig wordt woningisolatie uitgevoerd.

Vanuit het innovatieprogramma kijken we hoe we de waarde van de berm kunnen vergroten. Geluidschermen vormen daarbij een belangrijk onderdeel. Kunnen ze naast geluid tegenhouden ook groener, en wellicht energie opwekken of een andere functie vervullen? Dit is niet alleen interessant voor de weggebruikers maar ook voor de lokale omgevingspartijen.

Mattijs Erberveld, Innovatiecoördinator Ruimte & Duurzaamheid Rijkswaterstaat

Geluidproductieplafonds

Naleving geluidproductieplafonds
Naleving geluidproductieplafonds
Schematische weergave referentiepunten
Schematische weergave referentiepunten

Bekijk de website van het geluidregister.

Duurzaam inkopen Grond-, Weg- en Waterbouw (GWW)

Duurzaam inkopen Grond-, Weg- en Waterbouw (GWW)

Duurzaam inkopen speelt bij het verbeteren van de duurzaamheidsprestatie van infrastructuur een belangrijke rol. Rijkswaterstaat hanteert hierbij de Aanpak Duurzaam GWW, zoals afgesproken in de Green Deal Duurzaam GWW.

Bij aanbestedingen kijkt Rijkswaterstaat naar de combinatie van prijs en kwaliteit, waaronder duurzaamheid. Daarbij gaat het om de CO2-uitstoot tijdens de uitvoering van werkzaamheden, de milieubelasting van de gebruikte materialen en het energiegebruik van installaties en verlichting. Bij materialen ligt de focus op de grootste en belangrijkste materiaalstromen zoals asfalt en beton en op werkzaamheden als grondverzet en baggeren.

De duurzaamheidscriteria worden uitgewerkt met de CO2-prestatieladder en DuboCalc. CO2-prestatieladder kijkt naar hoe duurzaam de bedrijfsvoering van de aanbieder is en DuboCalc naar het milieueffect van het aangeboden werk van de aanbieder. Projecten worden op deze wijze aantoonbaar duurzamer door een lagere CO2-uitstoot, toepassing van duurzamer geproduceerde producten, minder primair en meer secundair materiaal. De markt heeft aangegeven deze aanpak te waarderen. Het project A6 Almere heeft met deze aanpak de Procura+ Award 2016 gewonnen.

EMVI-proces en CO2 prestatieladder

In het EMVI-proces – EMVI staat voor Economisch Meest Voordelige Inschrijving – trekt Rijkswaterstaat een fictief bedrag van de inschrijvingsprijs af wanneer de bieder zijn bedrijfsvoering duurzaam heeft ingericht. Hoe groter de inspanningen om de CO2-uitstoot te beperken, hoe hoger de aftrek. Het voordeel wordt vastgesteld via de behaalde trede in de CO2-prestatieladder.

DuboCalc

In het selectieproces trekt Rijkswaterstaat een fictief bedrag van de inschrijvingsprijs af wanneer het aangeboden werk – de aanleg van een stuk weg bijvoorbeeld – een lage milieubelasting kent. Hoe geringer het milieueffect (hoe lager de milieubelasting), hoe hoger het af te trekken bedrag en hoe lager de inschrijfprijs.

Het instrument DuboCalc wordt gebruikt om het milieueffect te berekenen. Het resultaat van de DuboCalc-berekening wordt weergegeven als de ‘milieukostenindicator-waarde’ (MKI-waarde). Door gebruik te maken van duurzame materialen, slimmer ontwerpen en efficiënte logistiek voor onder andere asfalt, beton en grondverzet kan de MKI-waarde worden verlaagd. De volgende projecten zijn in 2016 met het EMVI-criterium DuboCalc gegund:

  • N18 Groenlo – Enschede
  • 3e Kolk Beatrixsluis (ook energieneutraal aangeboden)
  • Knooppunt A27/A1
  • A7 Zuidelijke Ringweg Groningen
  • A6 Almere (ook energieneutraal aangeboden)

Successen 2016

  • Het project A6 Almere heeft de Procura+ Award gewonnen. Met dit resultaat laten we zien dat we de aanpak duurzaam inkopen GWW met succes internationaal hebben uitgedragen en voor de ontwikkelde aanpak ook internationale erkenning krijgen.
  • Waar marktpartijen eerder op Rijkswaterstaatprojecten inschreven tot 25% onder de referentiewaarde van de maatschappelijke kosten indicator (MKI), wordt er nu een tot 50% lagere MKI-waarde aangeboden. Dit betekent minder milieubelasting en een substantiële reductie van CO2 en primaire grondstoffen!

Rijkswaterstaat wint Europese duurzaamheidsprijs met project A6

“We zijn heel bij met deze prijs. Het is een bevestiging dat we bij Rijkswaterstaat de juiste koers varen door duurzaam inkopen te stimuleren. Het projectteam A6 is zeer voortvarend geweest met duurzaam inkopen en heeft daarbij nauw samengewerkt met de gemeente Almere en de markt. Deze samenwerking levert een lagere CO2-uitstoot en een energieneutrale weg op. Het is prachtig dat ook in Europa dit wordt gewaardeerd en als voorbeeld wordt gezien.”

Jan Hendrik Dronkers, directeur-generaal Rijkswaterstaat

Top